Columns
Tips, advies en ervaringen van experts over leven, wonen en werken in Frankrijk.
 
Eerdere columns    
Christine
Door: Sophie van der Stap
Ik ga nog een keer na of het wel echt de vijfde verdieping is en druk op de bel naast de rechterdeur........
Ingeburgerd
Door: Erik Pouli
’s Morgens bij het ontbijt mag ik graag een krant lezen, maar omdat de post hier pas rond het middaguur wordt bezorgd – kranten worden op het platteland via de post verstuurd – ........
Holland(s)e melkkoeien
Door: Mr. Isabelle Flipse
In mijn column in het zomernummer voorspelde ik ze al: donkere wolken boven uw Franse eigen­dommen, veroorzaakt door de dras­tische begrotingsmaatregelen van François Hollande c.s.......
Verhitte strijd
Door: Sophie van der Stap
In Parijs moet je voor veel dingen vechten. Voor een parkeerplaats, voor dat laatste boerenkippetje bij de slager, voor je beurt op de markt en voor een plekje op een zonnig terras......
Pas comme tout le monde
Door: Erik Pouli
‘Hij was toch om één uur, die vergadering?’ Van iets beneden mij hoor ik mevrouw Pouli enigszins geïrriteerd bevestigend antwoorden......
Integreren
Door: Sophie van der Stap
Er zijn vele redenen om het buitenland boven het binnenland te verkiezen......
Alle columns...
CHRISTINE
Door: Sophie van der Stap

afbeelding Ik ga nog een keer na of het wel echt de vijfde verdieping is en druk op de bel naast de rechterdeur...


Er wordt zo snel opengedaan dat het gevoel me bekruipt dat de lange, oude vrouw die opendoet al achter de deur op me stond te wachten. Een kat krult om haar enkels, die ze in roze slobbersokken heeft gestoken. Ze gaat gekleed in een kamerjas die me meer aan de Rue Saint-Denis doet denken dan aan een keurig immeuble. Ze is nogal een verschijning, iemand die ik niet snel zal vergeten, denk ik.
‘Ah bonjour, je bent er al, hier zijn je sleutels. Wat je moet weten is dat we het hier op de vierde en vijfde verdieping heel goed met elkaar kunnen vinden, iedereen is aardig en beleefd, niemand zoekt moeilijkheden, maar de buren, oh de buren! Je begrijpt, het is een oud gebouw, dus iedere keer als je de deur in het slot laat vallen...’
Ze maakt een gebaar alsof de twee scheikundestudenten van de vierde verdieping laboratorium houden in haar eigen salon. De buren dus. Daar had ze het toch net over? Ik ben benieuwd wat ik op de eerste drie verdiepingen aan ga treffen de komende weken. Na nog wat aanwijzingen over de oude en bemoeizuchtige buurvrouw van de tweede verdieping, de mooie, stille buurman van ik geloof de linkerkant van de vierde verdieping en een demonstratie hoe ik het beste de deur kan sluiten zonder geluid te maken, loop ik de trap af, een verdieping lager, naar de scheikundestudenten met wie ik de komende twee maanden onder één dak woon. Ik sta weer aan het begin van een nieuw leven, te beginnen met een nieuwe woning.
Het is op z’n minst een ervaring, op je bijna-dertigste bij een paar studenten intrekken als je je hele leven op jezelf of met een geliefde hebt gewoond. Maar in Parijs is het heel gebruikelijk, zo blijkt. Co-location, ook wel co-loc genoemd, is een concept dat je wel in meer dure steden tegenkomt, maar ik denk niet dat er iemand is die het beter uitbuit dan onze Christine van de vijfde verdieping. Het appartement is niet groter dan vijftig vierkante meter, maar de muurtjes zijn zodanig geplaatst dat er wel drie slaapkamers, een keukentje en een bad­kamer in passen. Met een aantal creatieve pleistermuurtjes levert vijftig vierkante meter in het negende arrondissement zo tweeduizend euro per maand op. Christine schijnt meerdere appartementen in de buurt te beheren, maar het is me niet helemaal duidelijk of ze alleen voor het beheer zorgt of dat ze deze appartementen ook daadwerkelijk bezit. Niemand op de vierde verdieping kan het me vertellen. Ik vermoed het eerste, maar dat is gebaseerd op een zwakke basis: de gedachte dat een bemiddelde vrouw van haar leeftijd een appartement met lift zou verkiezen, en wellicht met minder krakende deuren. Maar ze zal niet de eerste zijn die het sentiment dat haar wellicht doet blijven, zwaarder laat wegen dan het materiële comfort van een nieuw immeuble.
Na drie weken kan ik niet anders dan concluderen dat de scheikunde­studenten inderdaad aardig en beleefd zijn, maar dat de bemoei­zuchtige buurvrouw van de tweede verdieping haar rol niet goed begrepen heeft, of in het harnas is gestorven op een moment dat ik niet oplette. De beter oplettende Christine van de vijfde verdieping kom ik daarentegen bijna dagelijks tegen. Meestal zijn het post-its met instructies over hoe ik de deur nog zachter in het slot zou kunnen laten ‘glijden’, maar het kunnen ook opmerkingen zijn over de zolen onder mijn schoenen of de ringtone van mijn telefoon.
Als ik haar op de trap tegenkom is het om een van haar vier katten terug te roepen, nog altijd in kamerjas en roze sokken met pantoffels, of om bij een van de andere buren een post-it op de deur te plakken. Soms heb ik het geluk haar op straat voor de entree van het gebouw tegen te komen, waar ze staat te babbelen met nog meer buren. Ik zie haar vreemd genoeg alleen nooit in de buurt van de tweede verdieping, en kom er ook nooit een post-it tegen. Ik stel me voor wat er zal gebeuren als ik zelf een bemoeizuchtige post-it ophang, en dan niet op de deur van de vijfde verdieping rechts – dat zal het post-it-verkeer alleen maar aanmoedigen – maar op de deur van de onzichtbare bemoeial van de tweede verdieping.
Maar ik wil mijn vermoeden dat Christine zelf de deur van de tweede verdieping open zal doen niet kwijt. Stilletjes geniet ik wel van de briefjes op mijn voordeur.

Lees hier de eerdere columns van Sophie van der Stap.